Milieu Effect Rapport

De Coöperatieve Vereniging Windmolengroep Jacobswoude (CVWJ) heeft een milieu effect rapport laten maken door Arcadis B.V. te Arnhem.
In dit rapport wordt het plaatsen van windmolens in verschillende alternatieven en de te verwachten gevolgen voor het milieu met elkaar vergeleken op een systematische en objectieve wijze.

De m.e.r.-procedure is gestart met de publicatie van de Startnotitie op 3 april 2002.
Ten behoeve van het MER heeft de Commissie voor de Milieueffectrapportage op basis van de startnotitie en de inspraakreactie adviesrichtlijnen uitgebracht. De gemeenteraad van Jacobswoude heeft samen met de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn (het bevoegd gezag) de definitieve richtlijnen vastgesteld voor dit rapport (d.d. 4 oktober 2002).

In het MER zijn verschillende inrichtingsalternatieven met elkaar vergeleken, welke voldoen aan de doelstelling van het initiatief, passen binnen de randvoorwaarden van de richtlijnen en waarvan de milieueffecten per alternatief in omvang en aard duidelijk onderscheidend zijn.
Er zijn voldoende alternatieven beschreven om het verschil tussen lijn- en clusteropstellingen en grote en kleine turbines te illustreren.

Het rapport spitst zich toe op de volgende onderwerpen:

  • - Energieopbrengst en reductie van emissies
  • - Ruimtegebruik van de molens
  • - Landschap
  • - Natuur
  • - Geluid
  • - Hinder (slagschaduw)

De alternatieven

Om de effecten van een windpark in de polder Vierambacht op de omgeving goed in beeld te brengen, zijn er vijf inrichtingsalternatieven opgesteld. In de alternatieven is variatie aangebracht in de opstelling (een lijn, twee lijnen, cluster), in het aantal windturbines per alternatief, in de hoogte van de windturbines en het vermogen van windturbines (grote versus kleine windturbines). Conform de richtlijnen is in dit MER een bandbreedte in turbinetype aangehouden. Er is gekeken naar grote en kleine turbines in de zin van hoogte en van vermogen. Als ondergrens is gekozen voor een 750 kW turbine met een ashoogte van 60 meter en een rotordiameter van 48 meter. Op deze locatie moet minimaal een turbinetype van dit vermogen staan om te kunnen voldoen aan de doelstelling van het project, mede gezien de benodigde onderlinge afstand tussen de turbines. Als bovengrens is gekozen voor een 2000 kW turbine met een ashoogte van 100 meter en een rotordiameter van 80 meter, omdat dit – gegeven het windaanbod in de polder en de maat en schaal van het landschap – momenteel het grootst mogelijke verkrijgbare turbinetype is.

Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA)

Naast onderzoeken naar de inrichtingsalternatieven heeft het MER ook een zogenaamd Meest Milieuvriendelijk Alternatief ofwel MMA ontwikkeld. Het MMA is geen nieuw alternatief: het gaat om een aanvulling op één van de bestaande alternatieven met extra maatregelen ter bescherming van het milieu of ter vergroting van het positieve effect.

Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn dan ook:

  • een optimale landschappelijke inpassing;
  • een zo beperkt mogelijke hinder voor de fauna in en nabij het plangebied;
  • een zo weinige mogelijke hinder op de woonomgeving door geluid, reflectie en slagschaduw;
  • een maximalisatie van de energieopbrengst.

Het Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA)

voor het windenergieproject Jacobswoude wordt gevormd door een lijnopstelling aan de oostzijde van de N207 met zes stuks 1500 kW-turbine. De lijnopstelling scoort vanuit landschappelijk oogpunt gunstig en de effecten op geluid, natuur en slagschaduw zijn minimaal. Deze lijnopstelling produceert jaarlijs circa 21 miljoen kWh aan energie. De jaarlijkse opbrengst staat gelijk aan het elektriciteitsgebruik van 6460 huishoudens.

Geconcludeerd kan worden dat met dit MMA wordt voldaan aan de uitgangspunten van een optimale landschappelijk inpassing en een zo beperkt mogelijke hinder van mens en dier.

Voor de samenvatting van het MER
klik HIER